"Hoop in geschiedschrijving functioneert niet als symbool maar als strijdbare praxis". Buiten wat je in de tekst benadrukt (veelvormigheid verleden en creatieve historiografie), wat zou die praxis van hoop concreet betekenen?
Dank! En even doorbomend op eerder in de tekst: wat zou die historiografie dan qua methode en vorm kunnen onderscheiden? (Wat je aanhaalde naast inhoud)
Comments